Mijn brein denkt niet, ik wel

Mijn brein denkt niet, ik wel
prijs: € 24,90
inhoudsomschrijving:

Het college dat mijn studenten neurofilosofie altijd het meest fascineert (en dat ze tegelijkertijd het meest haten omdat we er niet uitkomen) gaat over de vraag: hebben we een geest? En, zo ja, hoe verhoudt zich die tot het lichaam (inclusief het brein)? En maakt het uit wat we daarover denken? Precies die vraag staat centraal in het nieuwe boek van Arie Bos. Hij bekijkt de claims van veelbesproken neurowetenschappers en daagt de lezer uit tot een oordeel: waar staat u in dit debat? Geniet en onderzoek! (Prof. Dr. Jeroen Geurts, hersenwetenschapper aan het VU medisch centrum te Amsterdam). Arie Bos gelooft in een vrije geest. In dit uitstekend gedocumenteerde boek neemt hij het moedig op tegen gevestigde opvattingen. (Mark Mieras, wetenschapsjournalist gespecialiseerd in neuro wetenschap). Eindelijk een breinboek voor beide hersenhelften! Arie Bos rekent overtuigend af met de modieuze en naïeve veronderstelling dat we ‘ons brein zouden zijn’. Door de vele wetenschappelijke bevindingen in een groter perspectief te plaatsen, maakt Arie Bos overtuigend duidelijk dat het materialistische wereldbeeld achterhaald en onhoudbaar is. De mens is geen biologische computer, maar een bewuste schakel in een zinvolle, naar vrijheid strevende evolutie. (Klaas van Egmond, hoogleraar Milieukunde en Duurzaamheid aan de Universiteit Utrecht).

inkijkexemplaar: bekijken
bestellen:
overige informatie:
  • 2e druk |
  • paperback |
  • 17 x 23 cm |
  • 240 blz |
  • ISBN: 9789060387368
recensie

Recensie door Jim van der Heijden, Terugkeer 26(1), voorjaar 2015,  hier te lezen: Recensie Mjin brein denkt niet, ik wel! 

-----------------

"De hersenen genieten de laatste jaren een toenemende belangstelling. Een uiting daarvan is het uitkomen van allerlei 'breinboeken' de laatste tijd. Een daarvan is het boek van Arie Bos: 'Mijn brein denkt niet, ik wel'. Doorgaans is een boek niet meer interessant als de auteur in de titel al verklapt wie het gedaan heeft. Dit boek is daarop een uitzondering: het leest als een spannend boek. Het is een zoektocht met een mengeling van wetenschappelijke informatie en een verhalende lijn. Een impressie... [...]

Ook voor de ‘leek‘ op hersengebied is het boek goed te lezen. Dit komt vooral doordat Arie Bos veel casuïstiek beschrijft, waarbij duidelijk wordt over wat de hersenen wel en niet doen. Bos ordent de informatie zo, dat je meegenomen wordt in een zorgvuldige oordeelsvorming. Maar er worden ook veel vragen opgeroepen. Dat hierdoor veel vraagtekens in het boek komen te staan en wellicht ook aardig wat vragen onbeantwoord blijven is niet storend, omdat toch naar een beantwoording wordt gewerkt van de centrale vraag die 'breinboeken' bezighouden: 'Is de mens nu een vrij wezen of niet?!' Geheel tegen het neurodeterminisme in, stelt Bos dat de mens, ondanks zijn onderbewuste, denkt met behoud van eigen vrijheid en verantwoordelijkheid. Hersenen hebben dus weliswaar veel invloed op ons bewustzijn, maar hebben niet de "eindregie".

Door de manier waarop Bos het boek opbouwt lijkt hij als het ware de David Attenborough van de neuropsychologie: hij heeft het zelf niet allemaal bedacht, maar vertelt er wel zo over dat ogenschijnlijke vaste waarheden toch in een ander daglicht komen te staan. Ik beveel dit boek van harte aan, aan iedereen die met wetenschappelijke gegevens tot onorthodoxe beschouwingen van de hersenen en de menselijke vrijheid wil komen."

Weleda, Medische nieuwsbrief herfst 2014, Peter Staal. Lees de volledige recensie hier

-----------------

Boekrecensie in 'De Psychiater' van september 2014, door Roel Eijsberg, psychiater.
Arie Bos : “ Mijn brein denkt niet, ik wel” ; 2014; uitgeverij Christofoor ; ISBN 9789060387368
Al ruim 20 jaar zoekt Arie Bos – als huisarts en docent wetenschapsfilosofie en neurofilosofie – naar het antwoord op de onopgeloste vraag hoe en waar ons bewustzijn wordt geproduceerd. Een gangbare opvatting is dat dit in de hersenen gebeurd zoals neuroreductionisten en –deterministen beweren, waar Dick Swaab en Victor Lamme bekende vertegenwoordigers van zijn. Die visie maakt de vrije wil van de mens discutabel. Bos verzet zich tegen deze “verdingelijking” van ons bewustzijn hetgeen hij ook al deed in zijn vorige boek “hoe stof de geest kreeg” ( shortlist Eurekaprijs),een titel die een oplossing doet vermoeden, maar dit werk eindigt toch onbevredigend, in vage transcendente aannames. Maar dit keer gaat Bos meer trefzeker op zijn doel af en haalt hij Swaab en Lamme door de gehaktmolen. Niet in één keer maar tergend langzaam en herhaald, waarbij hij via vragen aan zichzelf en de lezer ook zijn opponenten een kans lijkt te bieden die uiteindelijk toch gehaktballen worden. Voor Bos is duidelijk dat de hersenen het bewustzijn niet produceren, maar eerder andersom: ons bewustzijn – ons leren, adapteren en ervaren – vormt de hersenen die wel een belangrijke rol spelen maar soms niet eens noodzakelijk zijn voor bewustzijn. Bos overziet een grote hoeveelheid onderzoeksgegevens en feiten uit de geneeskunde, filosofie, literatuur en uiteraard de neurowetenschappen. Omdat hij ook associatieve en avontuurlijke zijwegen inslaat is het gevaar hierbij dat de rode draad voor de lezer soms even zoek is. Bos is zich hiervan bewust en duwt de lezer weer op de hoofdroute. Je kunt het een zwaktebod noemen maar Bos situeert het ontstaan van het bewustzijn in het waarnemen, reageren en de leerbaarheid van de meercellige dieren, evaluerend naar een proto-bewustzijn. Maar daarmee is het emanentieprobleem van het bewustzijn nog niet bevredigend opgelost. Sterk is het vervolg waarin Bos de ontwikkeling van ons (zelf)bewustzijn plaatst in de ontwikkeling, dus de evolutie, van het leven richting toenemende autonomie en vrijheid. Bij de mens gaat dit gepaard met een enorme netwerkuitbreiding van het brein waarin door vertraging vanwege de ingeschakelde breindelen de afwegingsprocessen en nuanceringen voor ons vertrouwde (zelf)bewustzijn zorgen. Niet alleen het brein levert zo zijn aandeel, het totale lichaam, de motoriek en het viscerale systeem is bij dit bewustzijn betrokken. Die visie zet Bos overtuigend neer. Wij zijn niet ons brein, al lijkt dit soms zo bij psychiatrische toestandsbeelden ( psychose, dwang) en wanneer wij onze hersenen de energiezuinige automatische piloot laten gebruiken ( het snelle traject ). Echt nadenken doen wij bewust zelf en dat gaat langzamer en kost zeer veel energie. Dat doen wij niet graag. Om dit boek te lezen moet je dat wel doen. Mij leverde dit een aanzienlijke toename van kennis van het brein en het bewustzijn op.



Reacties